Welkom

Welkom op de website van het Voedselbos Vlaardingen. Met duurzame uitgangspunten realiseren we aan de rand van de stad het grootste openbaar toegankelijke voedselbos in omgeving Rotterdam. Op deze website doen we verslag van de ontwikkelingen. Abonneer je via email, neem contact op met één van de betrokkenen of kom een keer kijken in het bos zelf.

Posts tonen met het label lagen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lagen. Alle posts tonen

Doe mee met NLdoet, of een rondleiding. Het kan weer!

rondleiding van voor de anderhalve meter
Goed nieuws! 

We vangen weer aan met activiteiten in het voedselbos. Komende vrijdag is het meteen al raak. Die ochtend doen we mee aan de NLdoet actie van het Oranjefonds. Het plan is om een kruidlaag aan te gaan planten. Er kunnen maximaal 7 personen deelnemen aan deze actie. Bij interesse kun je je aanmelden via de site van NLdoet.

Daarnaast gaan de reguliere rondleidingen ook (eindelijk) weer beginnen. We organiseren deze rondleidingen in groepjes van 6 zodat iedereen in de gelegenheid is de anderhalve meter aan te houden. Per rondleiding kunnen zich 12 mensen inschrijven. Wij zorgen dan voor twee rondleiders. De rondleidingen van februari, maart en april konden eerder dit jaar niet doorgaan. Dus we zijn blij dat de deelnemers die zich hadden ingeschreven nu in mei (en daarna) wel ons voedselbos kunnen komen bezoeken. Daardoor zit de rondleiding van mei al wel vol. Mocht je interesse hebben om zo'n rondleiding te volgen, dan kun je je alvast inschrijven voor de rondleiding in juni of daarna. De volledige planning vind je hier.

De rondleidingen zijn overigens niet gratis, maar we vragen achteraf, aan het einde van de rondleiding, een bedrag te doneren voor wat je de rondleiding waard vond. Op deze manier kunnen zowel mensen die het voedselbos kunnen en willen steunen dat in ruime mate doen, en houden we onze kennis en informatie ook beschikbaar voor mensen met een minder draagkrachtige beurs.

Dus als je het voedselbos een keer met eigen ogen (en oren, en neus) wilt komen ervaren, dan zijn dit in het kort de mogelijkheden die we binnenkort organiseren:

We zijn bezig met nog aanvullende activiteiten voor specifieke doelgroepen. Houd daarom vooral onze site in de gaten als je daarvan op de hoogte wilt blijven.

Wellicht tot ziens!


Permacultuur principes in Voedselbos Vlaardingen

Bezoekers die voor het eerst bij ons langskomen, verbazen zich soms over de wilde plantengroei die we toelaten. We wieden of maaien bij voorkeur niet. Dat is geen kwestie van luiheid, maar van weloverwogen keuzes. Ons voedselbos is gestoeld op principes uit de permacultuur. Bij permacultuur draait het om drie belangrijke gedachtes. 

  1. Je zorgt voor de aarde; 
  2. Je zorgt voor de mensen;
  3. Je neemt (een) eerlijk deel.
Als je deze principes ter harte neemt, zo is de gedachte, dan zal overvloed je ten deel vallen. Naast deze ethische principes die de ondergrond vormen, maken we in de permacultuur ook gebruik van ontwerpprincipes. Dat zijn een soort richtlijnen die richting geven aan het handelen tijdens het werken met je ontwerp. Als je er bedreven in wordt, kun je deze principes eigenlijk op alles toepassen. Van natuurlijke ecosystemen tot een kantoorbaan, en van huizenbouw tot je huwelijk. 
Van deze 12 ontwerpprincipes(*) geef ik hieronder voorbeelden hoe dat er in Voedselbos Vlaardingen uit ziet.

Principe 1: observeer en handel ernaar
Observatie is een belangrijk instrument binnen ons voedselbos. We vragen vrijwilligers altijd goed te kijken, en zich eigen gedachten te vormen over wat ze zien. Iedere vrijdag starten we met een observatieronde om te bepalen welke werkzaamheden die dag zullen worden uitgevoerd. Maar eigenlijk is dit een continu proces. Op basis van onze observaties nemen we de beslissingen.

Principe 2: vang energie en sla ze op
De meest voor de hand liggende energiebron zijn zonlicht, warmte en water. We hebben in het ontwerp van het voedselbos met de plaatsing van het water rekening gehouden met het weerkaatsende zonlicht bijvoorbeeld. Daardoor ontvangt een deel van het bos nog weer iets meer licht. Het water zelf is door de ligging nagenoeg altijd beschikbaar voor de plantengroei. Ook in relatief droge perioden. Daarnaast vangen we warmte doordat de beplanting slim is neergezet en er daardoor op sommige plekken een soort 'kamertjes' zijn ontstaan waar het nét iets warmer kan zijn. Ook onze kas is een voorbeeld van het vangen van warmte. Net als de regenton die het water opvangt dat op het schuurtje valt.

Principe 3: zorg voor opbrengst
Dit vatten we ruim op. Je kunt de oogst als opbrengst zien. Maar andere vormen van opbrengst zijn bijvoorbeeld de persoonlijke ontwikkeling van alle vrijwilligers, de geldelijke opbrengsten die we uit donaties of rondleidingen krijgen, maar ook het netwerk dat we bouwen, en de inspiratie die we doorgeven zodat andere voedselbosplekken ontstaan.
  
Principe 4: gebruik zelfregulering en accepteer terugkoppeling
We werken in het voedselbos per definitie niet met bestrijdingsmiddelen of externe meststoffen. Als we luizen hebben, wachten we op de lieveheersbeestjes. Dat is een vorm van zelfregulering. En soms is dat best spannend omdat het effect van de roofdierpopulaties soms pas erg laat zichtbaar wordt.

Principe 5: gebruik en waardeer hernieuwbare grondstoffen en diensten
We werken liever met de natuur mee. Een voorbeeld is dat onze bodem wordt belucht door het bodemleven (wormen, mieren, mollen om maar een paar voorbeelden te noemen), en niet doordat wij de bodem bewerken. Hierdoor ontstaat op termijn meer wortelruimte voor de gewassen. Daarnaast zorgt de bladval in de herfst bijvoorbeeld voor het toenemen van de organische stof in de bodem.

Principe 6: produceer geen afval, maak kringlopen
De wilgen, populieren en zwarte elzen schieten de grond uit, zonder dat ze zelf voedsel produceren. Dat neemt niet weg dat we ze niet kunnen gebruiken. Van de stammetjes kunnen prima paden worden gemaakt waar we in de winter blij mee zijn, omdat we dan niet door de modder hoeven te lopen.

Principe 7: ontwerp van (natuurlijke) patronen naar detail
Aan het begin hebben we de grote waterpartij gegraven en hebben toen met die grond de terpen opgeworpen waar de walnoten op kwamen te staan. Daarom heen is de rest van de aanplant neergezet. Eerst grotere bomen, en daarna struiken. En komend najaar komen we voor het eerst toe aan de kruidlaag.

Principe 8: verenig eerder dan te scheiden
Toen we onze meidoorns wilden om-enten naar grootvruchtige soorten, hebben we van deze gelegenheid gebruik gemaakt om er een workshop van te maken. Daarmee werd deze ene activiteit een mogelijkheid voor de vrijwilligers om te leren enten, konden we subsidie aanvragen voor workshop én kregen we gratis de beschikking over het ent-materiaal. Door zaken slim te combineren kun je van veel situaties win-win-win maken.

Principe 9: gebruik kleine en trage oplossingen
Áls we maaien - bijvoorbeeld langs de paden - dan doen we dat met de hand. We maken geen gebruik van machines. We hebben mankracht genoeg en het gebruik van ronkende machines stoort de interessante gesprekken.

Principe 10: gebruik en waardeer diversiteit
Een voedselbos is per definitie een polycultuur. De planten staan allemaal door elkaar heen, in verschillende lagen. Die diversiteit bouw je op door ervoor te zorgen dat iedere functie wordt gedragen door meerdere elementen, en dat ieder element meerdere functies vervult. Daardoor krijgt een systeem veel meer veerkracht. Als de oogst van de ene soort een beetje tegenvalt, valt die van een andere soort wellicht juist mee.
Een appelboom is bijvoorbeeld zo'n element. Die vervult de functie van producent van appels, maar ook van voedselbron voor bijen. De functie van voedselbron voor bijen wordt ook door andere elementen verzorgd. Andere appelbomen die net op een andere tijd bloeien, maar natuurlijk ook door andere bomen zoals de wilg of de linde. 

Principe 11: gebruik randen en waardeer het marginale
De meest productieve plek van een voedselbos is eigenlijk de voedselbosrand. Daar waar wel verschillende lagen zichtbaar zijn, maar waar (nog) niet de volle schaduw van een volwassen bos de overhand heeft. Op die randen staan hoogstamfruit, laagstamfruit en bessenstruiken slim opgesteld.

Principe 12: antwoord gepast op veranderingen en maak er op een creatieve manier gebruik van
Dit principe zegt eigenlijk dat verandering die enige constante is. Ons voedselbos begon als een soort grasland met flink wat aangeplante eetbare bomen en struiken. Maar het bos zelf 'doet' ook het één en ander. Het is onze taak om daar goed naar te kijken, en slim te reageren op die veranderingen. En dat brengt ons weer bij principe 1. 


*Er bestaat wat variatie in het aantal van deze principes binnen de permacultuurbeweging, maar dat kan op zichzelf geen kwaad. Diversiteit zien we in het algemeen niet als bedreiging, maar als kans. Je hoeft het niet overal over eens te zijn. Voor deze tekst maakten we gebruik van https://permacultuurnetwerk.eu/12-ontwerpprincipes


Maaien of niet maaien, dat is de vraag

Ingang bij de zuidbuurt op 26 mei 2017
Als je al eens bent komen kijken in het voedselbos, dan heb je gezien dat planten zoals de brandnetel, zuring, smeerwortel en distel inmiddels manshoog staan. En daar krijgen we soms ook vragen over. Want, verdringen die 'onkruiden' de andere planten nou niet?

Ons antwoord is in essentie 'nee'. Met hier en daar een nuance.
De meeste houtachtige gewassen, zoals fruitbomen, struiken en natuurlijk ook de notenbomen, hebben geen last van de concurrentie van de kruidlaag. Sterker nog, de planten die nu actief zijn in onze kruidlaag hebben meerdere functies die ook voordelig zijn voor planten in een andere laag van het bos.

Voedingsstoffenpomp
Zuring en smeerwortel bijvoorbeeld zijn planten met diepe wortels. Die halen hun voedingsstoffen uit diepere grondlagen, slaan dat op in hun blad. En in de winter gaat dat blad dood. Dat blad valt op de grond en daardoor komen de voedingsstoffen in hogere lagen van de bodem weer beschikbaar voor andere planten. Daardoor werken ze als een soort voedingsstoffenpomp.

Verbetering van de grond
Daarnaast doen de wortels van deze planten ook simpelweg aan grondbewerking. Die wortels breken de kleigrond in stukken en prikken daar eigenlijk allemaal gaatjes in waardoor water en lucht veel beter beschikbaar komt in die grond. En daar profiteren andere planten weer van.

Beschutting en luwte
Een andere functie van deze kruidlaag is ook dat het juist beschutting biedt voor houtige plantensoorten. Die zijn zolang ze nog klein zijn, nog niet zo stevig en kunnen best wat luwte gebruiken.

Insectenleven bevorderen
En dan hebben we het nog niet gehad over het insectenleven dat de kruidlaag mogelijk maakt. We hebben immers bijen en roofinsecten nodig voor bestuiving en plaagbestrijding. Die insecten trek je veel meer met distels, smeerwortel en schermbloemigen zoals de europese berenklauw. Niet met pas gemaaid gras.

Even inzoomen en je ziet een rupsenfamilie tussen de brandnetels

Bijen vliegen graag op allerlei soorten distels.

Schermbloemigen trekken veel verschillende soorten insecten

En toch is het antwoord op de gestelde vraag ook een beetje 'ja'. Er zijn een paar planten die je beter niet tussen de hoge kruidlaag kunt zetten, is onze ervaring inmiddels.

Stikstofbinders
Er is namelijk een categorie planten die stikstof binden. Alle planten hebben stikstof nodig om te kunnen groeien. En stikstof zit ruim voorradig in de lucht. Echter kunnen niet alle planten dat zelf uit de lucht halen. Een paar wel. Bijvoorbeeld de zwarte els, de duindoorn, de siberische erwtenstruik en allerlei klaversoorten. Als een bodem heel arm aan stikstof is, zul je dit soort planten als eerste tegenkomen. Zij zorgen ervoor dat stikstof in de bodem terecht komt. En daarna pas kunnen andere planten zich ook vestigen.
Maar het zijn juist deze stikstofbindende planten die het tussen de kruidlaag van zuring, smeerwortel en distel moeilijk hebben. Op de plekken waar zij van nature groeien, hoeven zij niet te concurreren om zonlicht, omdat ze het voordeel van het zelf kunnen binden van stikstof hebben. Wij zijn er inmiddels achter dat we de duindoorn en de siberische erwtenstruik beter 'vrij kunnen zetten'. Dus ja, rondom deze planten wordt er zo nu en dan gemaaid.

Zijn er dan nog andere redenen om te maaien? Jazeker. We organiseren op 18 juni een gezellige dag in het voedselbos in het kader van de Midden-Delflanddag. En tijdens die dag is het wel prettig als de paden begaanbaar en een beetje breed zijn. De kraam met informatie en de tafels waarop het voedsel geserveerd wordt, moeten ook ergens staan. Die kun je niet tussen anderhalve meter brandnetel neerzetten. Dan komt er niemand.
We zorgen dus dat het op de plekken waar dat nodig is, gewoon netjes gemaaid is. Voel je welkom!

Meer informatie over de Midden-Delflanddag in het voedselbos vind je hier
De ingang bij de zuidbuurt, maar nu inmiddels gemaaid.

Gemaaide en begaanbare paden

En hier rechts komt de informatiekraam te staan.

RFGN: na de opening, het vervolg

Dit is een herplaatsing van een bericht van Paul de Graaf op www.rfgn.nl.

Met de officiële opening van het Voedselbos Vlaardingen zaterdag 20 juni j.l. is fase 1 van de aanleg van dit ‘grootste randstedelijke voedselbos’ afgesloten. Dit voorjaar vanaf januari zijn de condities gecreëerd voor het voedselbos om zich te ontwikkelen: er zijn hoogteverschillen gemaakt met drogere terpen en een waterpartij (in een gesloten grondbalans),  de houtwal is gesnoeid, groenbemester is ingezaaid en de eerste bomen en struiken zijn gepland. Een aantal grote bomen zijn in overleg met de bomenstichting gekapt om te voorkomen dat ze het voedselbos vallen in de komende jaren. De bomen zijn afgetopt op 6 meter zodat ze de komende jaren als habitat kunnen dienen voor allerlei dieren. De afgezaagde stammen en grote takken zijn geënt met paddenstoelenbroed (shii take en populierenleemhoed) en met wat geluk zal de eerste oogst hiervan al beschikbaar zijn in het najaar.

De eerste bomen die zijn geplant (op Boomfeestdag) zijn walnoten, zij zullen de komende jaren uitgroeien tot de hoge-kruinlaag van het voedselbos, aangevuld met nog te planten tamme kastanjes in de zuidoosthoek van het terrein. Daarnaast hebben we een aantal eetbare hagen en wilgenvlechtwerken aangeplant die samen met de uitgegraven waterpartij het openbare en het semi-openbare gedeelte van elkaar scheiden.

Het voedselbos is altijd toegankelijk. In het openbare deel kan altijd gewandeld worden. Het semi-openbare deel kun je alleen in op de dagen dat er iemand van het Voedselbos aanwezig is, maar is door zichtlijnen wel altijd visueel toegankelijk. Zo vinden we een balans tussen ecologisch, productief en recreatief beheer.

De  volgende fase is de aanplant van kleinere bomen, struiken en de eerste vaste planten in het najaar. De details van het beplantingsontwerp zijn we nu aan het uitwerken. Naarmate de hoge en lage kruinlaag en de struiken groter worden zullen de kruidlaag en de bodembedekkers worden aangeplant. Voorlopig mogen de pioniersplanten die bekend staan als onkruid (zoals distels en brandnetel) voor ons de bodem bewerken samen met de bodemverbeteraars die we hebben gezaaid. Zo zal het voedselbos stap voor stap groeien. Ondertussen willen we zoveel mogelijk leren van deze pilot. Hoe gaat de biodiversiteit zich ontwikkelen in het voedselbos? Hiervoor hebben we een biodiversiteitsmeting laten doen. Welke bomen, struiken en planten gaan het goed doen? En hoe kunnen we uit het voedselbos inkomsten genereren die de kosten van onderhoud kunnen dekken? Zo willen we de basis leggen voor een nieuwe vorm van beheer van stadsrandgebieden en een nieuw beroep: voedselboswachter.

Het is deze inzet die het voor het Recreatieschap Midden-Delfland en Provincie Zuid-Holland interessant maakt ons de ruimte te bieden en te steunen. Zij zijn op zoek naar een nieuwe rolverdeling tussen burgers, ondernemers en overheid en naar innovatieve benaderingen van beheer van de groene ruimte en ons initiatief in Vlaardingen past hier naadloos in. De hoop is dat het Voedselbos een kraamkamer zal vormen voor ideeën die ook op grotere schaal kunnen worden toegepast.

Wordt vervolgd.

Zeven lagen

In het voedselbos gebruiken we kennis uit de permacultuur. Waar er bij 'normale' agrarische activiteit het liefst met één gewas gewerkt wordt, werk je bij permacultuur het liefst met een zo groot mogelijke diversiteit aan gewassen. Daar ging ik in het vorige bericht al op in. De ene plant ondersteunt de andere is de gedachte en samen staan ze sterker. Verschillende soorten voorzien elkaar van voedingsstoffen en je systeem is beter bestand tegen plagen en ziekten.

Maar daarnaast is het ook zeer aannemelijk dat het zorgt voor een hogere opbrengst per vierkante meter. En dat komt dan vooral om we gebruik maken van meerdere lagen. Die lagen zet ik hieronder op een rijtje.

1. De hoge kruinlaag
De hoge kruinlaag wordt gevormd door de grote bomen in een volwassen bos. In ons voedselbos gaan de walnotenbomen deze kruinlaag vormen. Zij stijgen boven iedere andere soort uit en vangen het zonlicht het eerst weg.

2. De lage kruinlaag
De lagere kruinlaag wordt gevormd door bomen die niet zo hoog worden. Gedacht moet worden aan lage fruitbomen of bijvoorbeeld de vlieren waarvan we binnenkort de bloesem willen gaan oogsten. (Vlierbloesemlimonade!)

3. De struiklaag
Zoals je naam het al zegt, wordt deze laag gevormd door struiken. De jostabessen en de kruisbessen die we al geplant hebben, vallen onder deze soorten.

4. De kruidlaag
Deze laag bevindt zich weer iets lager dan de struiken. Daar vind je de meeste keukenkruiden terug. Maar ook veel traditionele onkruiden (brandnetel, smeerwortel, paardebloem, hondsdraf) horen in deze laag. Gek genoeg kun je veel van de onkruiden ook gewoon eten. Dat komt ons wel goed uit.

5. De kruiplaag
De kruiplaag wordt gevormd door planten die laag op de grond blijven en zich als het ware kruipend 'voortbewegen'. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de aardbei.

6. De laag onder de grond
Van sommige planten zit het grootste deel onder de grond. Denk aan aardappel en knolgewassen. Gewone moestuingroenten zoals de wortel zul je in het voedselbos niet gauw tegenkomen. Die soorten zijn eenjarig en moeten ieder jaar dus opnieuw (door de mens) gezaaid worden. De pastinaak is een gewas dat je misschien wel terug gaat vinden in het voedselbos. Want in tegenstelling tot de gewone wortel, zaait de pastinaak zichzelf makkelijk uit.

7. De verticale laag
De laatste laag beweegt zich door alle andere lagen heen en heeft die lagen ook nodig om zichzelf aan het op te hangen. We hebben het dan over klimplanten. Denk bijvoorbeeld aan de druif.

In een volwassen bos is vooral de rand van een bos het meest productief. Dat komt omdat het zonlicht daar op alle lagen kan vallen en ervoor zorgt dat in iedere laag planten kunnen groeien. Wat we proberen te doen is op zo veel mogelijk plekken een bosrand te simuleren. Daar is in het ontwerp rekening mee gehouden. We zetten geen rijen notenbomen neer, want als die kruinen eenmaal ontwikkeld zijn, dringt er minder licht door naar de lagen eronder en dan groeit daaronder straks niets meer of nog heel weinig. De notenbomen staan dus verspreid over het terrein om die reden.
We hebben nog niet in alle lagen eetbare planten vertegenwoordigd in het voedselbos. Momenteel gaat de meeste aandacht uit naar het ontwikkelen van de bodem. Dat heeft tijd nodig. Op de terpen is een mengsel gezaaid van bodembedekkende planten (mosterd, lupine en phaccelia) die suikers en voedingstoffen gaan produceren om de bodem te verbeteren. En het eerste semi-experiment is ook al gestart. Want één van de terpen hebben we niet van dit zaaimengsel voorzien. Kijken wat het verschil gaat zijn.