Stichting Voedselbosbouw Nederland heeft een animatie laten maken over de vraag 'Wat zijn voedselbossen?'. Uiteraard delen wij die hier graag.
Welkom
Welkom op de website van het Voedselbos Vlaardingen. Met duurzame uitgangspunten realiseren we aan de rand van de stad het grootste openbaar toegankelijke voedselbos in omgeving Rotterdam. Op deze website doen we verslag van de ontwikkelingen. Abonneer je via email, neem contact op met één van de betrokkenen of kom een keer kijken in het bos zelf.
Posts tonen met het label bodem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bodem. Alle posts tonen
Permacultuur principes in Voedselbos Vlaardingen
Bezoekers die voor het eerst bij ons langskomen, verbazen zich soms over de wilde plantengroei die we toelaten. We wieden of maaien bij voorkeur niet. Dat is geen kwestie van luiheid, maar van weloverwogen keuzes. Ons voedselbos is gestoeld op principes uit de permacultuur. Bij permacultuur draait het om drie belangrijke gedachtes.
- Je zorgt voor de aarde;
- Je zorgt voor de mensen;
- Je neemt (een) eerlijk deel.
Als je deze principes ter harte neemt, zo is de gedachte, dan zal overvloed je ten deel vallen. Naast deze ethische principes die de ondergrond vormen, maken we in de permacultuur ook gebruik van ontwerpprincipes. Dat zijn een soort richtlijnen die richting geven aan het handelen tijdens het werken met je ontwerp. Als je er bedreven in wordt, kun je deze principes eigenlijk op alles toepassen. Van natuurlijke ecosystemen tot een kantoorbaan, en van huizenbouw tot je huwelijk.
Van deze 12 ontwerpprincipes(*) geef ik hieronder voorbeelden hoe dat er in Voedselbos Vlaardingen uit ziet.
Principe 1: observeer en handel ernaar
Observatie is een belangrijk instrument binnen ons voedselbos. We vragen vrijwilligers altijd goed te kijken, en zich eigen gedachten te vormen over wat ze zien. Iedere vrijdag starten we met een observatieronde om te bepalen welke werkzaamheden die dag zullen worden uitgevoerd. Maar eigenlijk is dit een continu proces. Op basis van onze observaties nemen we de beslissingen.
Principe 2: vang energie en sla ze op
De meest voor de hand liggende energiebron zijn zonlicht, warmte en water. We hebben in het ontwerp van het voedselbos met de plaatsing van het water rekening gehouden met het weerkaatsende zonlicht bijvoorbeeld. Daardoor ontvangt een deel van het bos nog weer iets meer licht. Het water zelf is door de ligging nagenoeg altijd beschikbaar voor de plantengroei. Ook in relatief droge perioden. Daarnaast vangen we warmte doordat de beplanting slim is neergezet en er daardoor op sommige plekken een soort 'kamertjes' zijn ontstaan waar het nét iets warmer kan zijn. Ook onze kas is een voorbeeld van het vangen van warmte. Net als de regenton die het water opvangt dat op het schuurtje valt.
Principe 3: zorg voor opbrengst
Dit vatten we ruim op. Je kunt de oogst als opbrengst zien. Maar andere vormen van opbrengst zijn bijvoorbeeld de persoonlijke ontwikkeling van alle vrijwilligers, de geldelijke opbrengsten die we uit donaties of rondleidingen krijgen, maar ook het netwerk dat we bouwen, en de inspiratie die we doorgeven zodat andere voedselbosplekken ontstaan.
Principe 4: gebruik zelfregulering en accepteer terugkoppeling
We werken in het voedselbos per definitie niet met bestrijdingsmiddelen of externe meststoffen. Als we luizen hebben, wachten we op de lieveheersbeestjes. Dat is een vorm van zelfregulering. En soms is dat best spannend omdat het effect van de roofdierpopulaties soms pas erg laat zichtbaar wordt.
Principe 5: gebruik en waardeer hernieuwbare grondstoffen en diensten
We werken liever met de natuur mee. Een voorbeeld is dat onze bodem wordt belucht door het bodemleven (wormen, mieren, mollen om maar een paar voorbeelden te noemen), en niet doordat wij de bodem bewerken. Hierdoor ontstaat op termijn meer wortelruimte voor de gewassen. Daarnaast zorgt de bladval in de herfst bijvoorbeeld voor het toenemen van de organische stof in de bodem.
Principe 6: produceer geen afval, maak kringlopen
De wilgen, populieren en zwarte elzen schieten de grond uit, zonder dat ze zelf voedsel produceren. Dat neemt niet weg dat we ze niet kunnen gebruiken. Van de stammetjes kunnen prima paden worden gemaakt waar we in de winter blij mee zijn, omdat we dan niet door de modder hoeven te lopen.
Principe 7: ontwerp van (natuurlijke) patronen naar detail
Aan het begin hebben we de grote waterpartij gegraven en hebben toen met die grond de terpen opgeworpen waar de walnoten op kwamen te staan. Daarom heen is de rest van de aanplant neergezet. Eerst grotere bomen, en daarna struiken. En komend najaar komen we voor het eerst toe aan de kruidlaag.
Principe 8: verenig eerder dan te scheiden
Toen we onze meidoorns wilden om-enten naar grootvruchtige soorten, hebben we van deze gelegenheid gebruik gemaakt om er een workshop van te maken. Daarmee werd deze ene activiteit een mogelijkheid voor de vrijwilligers om te leren enten, konden we subsidie aanvragen voor workshop én kregen we gratis de beschikking over het ent-materiaal. Door zaken slim te combineren kun je van veel situaties win-win-win maken.
Principe 9: gebruik kleine en trage oplossingen
Áls we maaien - bijvoorbeeld langs de paden - dan doen we dat met de hand. We maken geen gebruik van machines. We hebben mankracht genoeg en het gebruik van ronkende machines stoort de interessante gesprekken.
Principe 10: gebruik en waardeer diversiteit
Een voedselbos is per definitie een polycultuur. De planten staan allemaal door elkaar heen, in verschillende lagen. Die diversiteit bouw je op door ervoor te zorgen dat iedere functie wordt gedragen door meerdere elementen, en dat ieder element meerdere functies vervult. Daardoor krijgt een systeem veel meer veerkracht. Als de oogst van de ene soort een beetje tegenvalt, valt die van een andere soort wellicht juist mee.
Een appelboom is bijvoorbeeld zo'n element. Die vervult de functie van producent van appels, maar ook van voedselbron voor bijen. De functie van voedselbron voor bijen wordt ook door andere elementen verzorgd. Andere appelbomen die net op een andere tijd bloeien, maar natuurlijk ook door andere bomen zoals de wilg of de linde.
Principe 11: gebruik randen en waardeer het marginale
De meest productieve plek van een voedselbos is eigenlijk de voedselbosrand. Daar waar wel verschillende lagen zichtbaar zijn, maar waar (nog) niet de volle schaduw van een volwassen bos de overhand heeft. Op die randen staan hoogstamfruit, laagstamfruit en bessenstruiken slim opgesteld.
Principe 12: antwoord gepast op veranderingen en maak er op een creatieve manier gebruik van
Dit principe zegt eigenlijk dat verandering die enige constante is. Ons voedselbos begon als een soort grasland met flink wat aangeplante eetbare bomen en struiken. Maar het bos zelf 'doet' ook het één en ander. Het is onze taak om daar goed naar te kijken, en slim te reageren op die veranderingen. En dat brengt ons weer bij principe 1.
*Er bestaat wat variatie in het aantal van deze principes binnen de permacultuurbeweging, maar dat kan op zichzelf geen kwaad. Diversiteit zien we in het algemeen niet als bedreiging, maar als kans. Je hoeft het niet overal over eens te zijn. Voor deze tekst maakten we gebruik van https://permacultuurnetwerk.eu/12-ontwerpprincipes
Een cyclisch proces
Ergens rond maart 2020 is Voedselbos Vlaardingen het toneel geweest voor een bijzondere videoproductie op miniatuurschaal. Hieronder vertelt de maker daar meer over.
"Ik ben Chiel Lubbers en ben student aan de KABK (Royal Academy of Art) in Den Haag. Tijdens een van mijn projecten wilde ik veldonderzoek gaan doen in een voedselbos en via het internet kwam ik bij het voedselbos Vlaardingen. Ik was erg nieuwsgierig naar het synergetische systeem waarin verschillende soorten organismen profiteren van elkaars individuele energie. Wanneer organisch materieel vervalt dan breken micro-organismen en bacteriën dit af tot een rijke grond voor de opbouw van nieuw leven. Met de film A cyclic process (een cyclisch proces) wil ik de mens dichter bij de cycli van de natuur brengen zodat er verwondering kan ontstaan. Als we weten hoe deze natuurlijke processen werken en weten wat de natuur te bieden heeft kunnen we er een betere relatie en samenwerking mee opbouwen.
Ik wil Jeroen en zijn team bedanken voor hun enthousiasme en behulpzaamheid in het antwoorden van vragen tijdens onze gesprekken. De vele samples die we hebben mogen meenemen uit het voedselbos hebben gezorgd voor een bijzonder onderzoek van het rijke landschap."
Eerder hebben we deze video al gedeeld via ons instagram-account.
Deelname Nationaal Monitoringsprogramma Voedselbossen
Vanuit de Green Deal Voedselbossen is afgelopen najaar het Nationaal Monitoringsprogramma Voedselbossen gestart. Bijna 25 voedselboslocaties door heel Nederland worden (in ieder geval) de komende vijf jaar gemonitord. En Voedselbos Vlaardingen hoort daarbij.
Dit monitoringsprogramma zorgt ervoor dat er straks kennis beschikbaar is over hoe (snel) voedselbossen zich ontwikkelen. Naast gegevens over de bodem, worden ook oogsten, betrokkenheid van mensen, biodiversiteit en andere zaken gemonitord. We zijn gestart met de bodem.
Twee keer in het jaar worden er bodemmonsters genomen die naar twee labs gaan. Eén voor het onderzoeken van de nutriënten in de bodem en het andere monster voor een nematoden-onderzoek. Daarnaast doen onze vrijwilligers op die momenten allerlei eenvoudige testjes waarmee we nog meer informatie verzamelen over (de ontwikkeling van) de bodem.
Vrijdag 10 januari jongstleden kwam Bastiaan Rooduijn bij ons langs voor deze metingen. Hij coördineert en leidt dit onderzoek vanuit de Green Deal. Hij had wat spullen bij zich, waaronder een stukje pvc-buis, een penetrometer, een snijplank, een rubberhamer, een boodschappentas, een maatbeker, een schrijfblok en een pen.
Vooraf had hij ons een kaartje toegestuurd van ons eigen voedselbos. Iedere te onderzoeken voedselboslocatie wordt onderverdeeld in vakken van ongeveer 10 bij 10 meter. En willekeurig zijn daar vijftien vakken uitgekozen die de meetpunten vormen. Op die punten gaan we de testjes steeds herhalen, zodat we over een tijdje de ontwikkeling zichtbaar kunnen maken. Hopen we.
We telden wormen, we maten hoe snel het water door de bodem wordt opgenomen, we keken hoe dik de strooisellaag was en hoe ver de kruinlaag zich al gesloten had.
Het was een leuke ochtend waarbij de vrijwilligers weer wat geleerd hebben.
Hieronder wat plaatjes.
Dit monitoringsprogramma zorgt ervoor dat er straks kennis beschikbaar is over hoe (snel) voedselbossen zich ontwikkelen. Naast gegevens over de bodem, worden ook oogsten, betrokkenheid van mensen, biodiversiteit en andere zaken gemonitord. We zijn gestart met de bodem.
Twee keer in het jaar worden er bodemmonsters genomen die naar twee labs gaan. Eén voor het onderzoeken van de nutriënten in de bodem en het andere monster voor een nematoden-onderzoek. Daarnaast doen onze vrijwilligers op die momenten allerlei eenvoudige testjes waarmee we nog meer informatie verzamelen over (de ontwikkeling van) de bodem.
Vrijdag 10 januari jongstleden kwam Bastiaan Rooduijn bij ons langs voor deze metingen. Hij coördineert en leidt dit onderzoek vanuit de Green Deal. Hij had wat spullen bij zich, waaronder een stukje pvc-buis, een penetrometer, een snijplank, een rubberhamer, een boodschappentas, een maatbeker, een schrijfblok en een pen.
Vooraf had hij ons een kaartje toegestuurd van ons eigen voedselbos. Iedere te onderzoeken voedselboslocatie wordt onderverdeeld in vakken van ongeveer 10 bij 10 meter. En willekeurig zijn daar vijftien vakken uitgekozen die de meetpunten vormen. Op die punten gaan we de testjes steeds herhalen, zodat we over een tijdje de ontwikkeling zichtbaar kunnen maken. Hopen we.
We telden wormen, we maten hoe snel het water door de bodem wordt opgenomen, we keken hoe dik de strooisellaag was en hoe ver de kruinlaag zich al gesloten had.
Het was een leuke ochtend waarbij de vrijwilligers weer wat geleerd hebben.
Hieronder wat plaatjes.
| Samen met nog 14 van deze boringen gaat deze grond naar het lab |
| Hoe snel wordt het water opgenomen door de bodem? |
| Het water zakt weg en wij meten hoe snel. |
| Hoe dik is de strooisellaag? |
Lezing: Voeding voor onze voeding - 15 januari
In en om Voedselbos Vlaardingen zijn een hoop vrijwilligers actief die allemaal net hun eigen expertise en vaardigheden hebben. Op zo'n diverse club mensen zijn wij heel trots.
| Zomaar wat oogst uit augustus |
Eén van onze vrijwilligers is Huib Sneep. Hij is niet van het type vrijwilliger dat iedere vrijdag de wildgroei van bramen komt reguleren. We kunnen op Huib een beroep doen als we advies nodig hebben over langere-termijn plannen. Hij is onze 'bomen- en bodemman'. Daarnaast heeft hij een groot relevant netwerk in de regio. En hij is mede-initiatiefnemer van ons voedselbos.
Binnenkort geeft hij een lezing met de titel 'Voeding voor onze voeding'. Deze lezing is onderdeel van een serie lezingen die door Huisartsenpraktijk Schiedam Noord wordt georganiseerd. De lezingen zijn afzonderlijk te bezoeken. Komende woensdag komt de lezing van Huib aan bod.
Voeding voor onze voeding
"Hoe ontstaan de planten die wij eten en welke organismen en mechanismen spelen daar een positieve of juist een negatieve rol bij? Wat maakt voeding eigenlijk “gezond”? Wat is het verschil tussen biologische teelt en “gewone” teelt? Is biologisch eten echt beter? Huib Sneep gaat het u vertellen. Hij zoekt graag naar overeenkomsten tussen de processen in het menselijk lichaam en die in de ons omringende natuur, bijvoorbeeld die van de bodem."
Het belooft zeer interessant te worden. Kom je ook?
De praktisch info
Datum: woensdag 15 januari 2020
Tijdstip: 19.30 - 21.00 uur
Zaal open: 19.00 uur
Locatie: Natuurcentrum De Boshoek, Bospad 3, Schiedam
Entree: 6,00 euro (aan de zaal 8,50 euro)
Opgeven via: ewg@hasn.nl
Kaartjes afhalen: een half uur voor aanvang van de lezing
Meer info (ook over de andere lezingen): huisartsenschiedamnoord.nl/nieuws/
Lezingen Praktijk Huisartsen Schiedam Noord
Een overzicht van deze lezingen en informatie over aanmelden vind je op het blog van één van de huisartsen. Zie daarvoor dit overzicht: lezingen.
20 november 2019 - Zzzlaap (weer) lekker! - Ischa Gijzel
15 januari 2020 - Voeding voor onze voeding - Huib Sneep
4 maart 2020 - Auto-immuunziekten: botte pech? - Lieneke van de Griendt
15 april 2020 - Het ketogeen dieet - Louisette Blikkenhorst
De lezingen worden gehouden in Natuurcentrum De Boshoek, Bospad 3, Schiedam. De entree bedraagt 6 euro per lezing als je vooraf aanmeldt (via ewg@hasn.nl). Aan de deur kost het 8,50 euro.
De lezing van Huib Sneep op 15 januari bevelen we uiteraard in het bijzonder aan.
"Hoe ontstaan de planten die wij eten en welke organismen en mechanismen spelen daar een positieve of juist een negatieve rol bij? Wat maakt voeding eigenlijk “gezond”? Wat is het verschil tussen biologische teelt en “gewone” teelt? Is biologisch eten echt beter? Onze bekende Schiedammer Ing. Huib Sneep gaat het u vertellen. Hij is ‘de bomen- en bodemman van Nederland’. De laatste tien jaar deed hij veel ervaring op met stadslandbouw en voedselbossen en is mede-initiatiefnemer van het Voedselbos Vlaardingen. Hij zoekt graag naar overeenkomsten tussen de processen in het menselijk lichaam en die in de ons omringende natuur, bijvoorbeeld die van de bodem."
Maaien of niet maaien, dat is de vraag
| Ingang bij de zuidbuurt op 26 mei 2017 |
Ons antwoord is in essentie 'nee'. Met hier en daar een nuance.
De meeste houtachtige gewassen, zoals fruitbomen, struiken en natuurlijk ook de notenbomen, hebben geen last van de concurrentie van de kruidlaag. Sterker nog, de planten die nu actief zijn in onze kruidlaag hebben meerdere functies die ook voordelig zijn voor planten in een andere laag van het bos.
Voedingsstoffenpomp
Zuring en smeerwortel bijvoorbeeld zijn planten met diepe wortels. Die halen hun voedingsstoffen uit diepere grondlagen, slaan dat op in hun blad. En in de winter gaat dat blad dood. Dat blad valt op de grond en daardoor komen de voedingsstoffen in hogere lagen van de bodem weer beschikbaar voor andere planten. Daardoor werken ze als een soort voedingsstoffenpomp.
Verbetering van de grond
Daarnaast doen de wortels van deze planten ook simpelweg aan grondbewerking. Die wortels breken de kleigrond in stukken en prikken daar eigenlijk allemaal gaatjes in waardoor water en lucht veel beter beschikbaar komt in die grond. En daar profiteren andere planten weer van.
Beschutting en luwte
Een andere functie van deze kruidlaag is ook dat het juist beschutting biedt voor houtige plantensoorten. Die zijn zolang ze nog klein zijn, nog niet zo stevig en kunnen best wat luwte gebruiken.
Insectenleven bevorderen
En dan hebben we het nog niet gehad over het insectenleven dat de kruidlaag mogelijk maakt. We hebben immers bijen en roofinsecten nodig voor bestuiving en plaagbestrijding. Die insecten trek je veel meer met distels, smeerwortel en schermbloemigen zoals de europese berenklauw. Niet met pas gemaaid gras.
| Even inzoomen en je ziet een rupsenfamilie tussen de brandnetels |
| Bijen vliegen graag op allerlei soorten distels. |
| Schermbloemigen trekken veel verschillende soorten insecten |
En toch is het antwoord op de gestelde vraag ook een beetje 'ja'. Er zijn een paar planten die je beter niet tussen de hoge kruidlaag kunt zetten, is onze ervaring inmiddels.
Stikstofbinders
Er is namelijk een categorie planten die stikstof binden. Alle planten hebben stikstof nodig om te kunnen groeien. En stikstof zit ruim voorradig in de lucht. Echter kunnen niet alle planten dat zelf uit de lucht halen. Een paar wel. Bijvoorbeeld de zwarte els, de duindoorn, de siberische erwtenstruik en allerlei klaversoorten. Als een bodem heel arm aan stikstof is, zul je dit soort planten als eerste tegenkomen. Zij zorgen ervoor dat stikstof in de bodem terecht komt. En daarna pas kunnen andere planten zich ook vestigen.
Maar het zijn juist deze stikstofbindende planten die het tussen de kruidlaag van zuring, smeerwortel en distel moeilijk hebben. Op de plekken waar zij van nature groeien, hoeven zij niet te concurreren om zonlicht, omdat ze het voordeel van het zelf kunnen binden van stikstof hebben. Wij zijn er inmiddels achter dat we de duindoorn en de siberische erwtenstruik beter 'vrij kunnen zetten'. Dus ja, rondom deze planten wordt er zo nu en dan gemaaid.
We zorgen dus dat het op de plekken waar dat nodig is, gewoon netjes gemaaid is. Voel je welkom!
Meer informatie over de Midden-Delflanddag in het voedselbos vind je hier
| De ingang bij de zuidbuurt, maar nu inmiddels gemaaid. |
| Gemaaide en begaanbare paden |
| En hier rechts komt de informatiekraam te staan. |
Labels:
bijen,
bloemen,
bodem,
brandnetels,
diversiteit,
lagen,
maaien,
microklimaat,
onkruid,
paden,
zonlicht
Composttoilet
Ergens in de bosrand op het semi-openbare gedeelte staat een klein houten huisje met een hartje in de deur.
De vrijwilligers zijn op vrijdag de hele dag aan het werk. Er is geen riolering aanwezig, maar af en toe wil iemand toch even zijn grote boodschap kwijt. Een composttoilet biedt dan uitkomst.
De opgevangen ontlasting wordt gecomposteerd en gebruikt als bodemverbetering elders in het voedselbos.
Daarmee sluiten we weer een kringloop die het gebied ten goede komt. Wil je meer weten over composttoiletten? Dan zou je eens hier kunnen kijken. Of hier.
Tijd voor de foto's.
De voorbereidingen voor de plantdagen in november zijn in volle gang!
Op zaterdag 14 en op zaterdag 21 november organiseren we plantdagen. Vrijwilligers zijn welkom om te komen helpen. Het beplantingsplan is bijna klaar. Naast de walnotenbomen, de bessenstruiken en de paddenstoelen die we al geplant en geënt hebben, komen er vanaf november nog veel meer eetbare soorten bij. Een groot deel daarvan zal bestaan uit fruitbomen en nog meer eetbare struiken. Mocht je tijd en zin hebben om de handen uit de mouwen te steken, neem dan contact op.
Plantenlijst
De voorbereidingen voor deze plantdagen zijn al een tijdje bezig. Zo moest er uiteraard bepaald worden welke soorten er eigenlijk komen te staan. Daartoe hebben we de plantenlijst in het leven geroepen. Dat is een lijst waarop al de planten, struiken en bomen staan die we graag in ons voedselbos zien. Jeroen houdt zo'n lijst al een tijdje bij in zijn computer. En het oriënteren op welke soorten geschikt zouden zijn om op die lijst terecht te komen, is al een behoorlijke tijd aan de gang. Soms kwamen er soorten bij, soms gingen er weer soorten af. Onze plantdeskundigen pasten de lijst iedere keer weer aan. Maar hij nadert nu zijn definitieve vorm. Dat moet ook wel, want de plantdagen komen steeds dichterbij.
Kaart
Maar naast een lijst met wélke soorten er moeten komen, werd het dus ook hoog tijd om de aantallen van iedere soort te bepalen. En dat kun je eigenlijk alleen goed doen op basis van een goed kaart waarop je dat kunt intekenen. Het eerste 'grofmazige' ontwerp werd vorig jaar al gemaakt. Daarin stonden onder andere de waterpartij, de terpen en de paden en de notenbomen ingetekend. Maar nu werd het dus tijd voor een gedetailleerder ontwerp. En om dat ontwerp goed te maken, hadden we ook een gedetailleerdere kaart nodig van het perceel.
Momenteel wordt -as we speak- de kaart gevuld met de soorten die we graag wensen te planten. En daaruit vloeien de aantallen dan voort. Op deze manier weten we straks tijdens de plantdagen vrij precies welke boom, en welke struik waar moet komen te staan.
Maaien
Maar daarmee houden de voorbereidingen nog niet op. Want als we straks kunnen rekenen op hulp van veel vrijwilligers, moeten die vrijwilligers hun werk ook wel goed kunnen doen. Er moet tijdens die twee dagen heel veel geplant worden. En dan is het toch het handigst als je overal goed bij kunt. Daarom wordt de komende weken de gehele kruidlaag die zo mooi in bloei heeft gestaan kort gemaakt. Je zult het gebied de komende tijd dus in schoonheid achteruit zien gaan. Het gaat weer (even) lijken op het gemaaide veld zoals het eerder was. Maar dat heeft dus zijn nut.
We doen dit op de ouderwetse manier: met de zeis. We hebben twee redenen waarom we dat niet met een gemotoriseerde maaier doen. De eerste reden is dat kleine diertjes die tussen de planten leven, zo de kans hebben om te vluchten, in plaats van dat ze een kopje kleiner gemaakt zouden worden. De tweede reden is dat we de grond niet kapot willen rijden. Machines zijn zwaar en laten een compactere bodem achter. En dat willen we juist niet. De bodem moet zo veel mogelijk met rust gelaten worden, zodat de natuur haar werk kan doen.
Voeden
De gemaaide planten worden overigens niet afgevoerd zoals je dat in weilanden op dijklichamen e.d. altijd wel ziet gebeuren. Wij willen dat de bodem zich ontwikkelt. Het (blad)afval laten we liggen omdat dat bij het afsterven automatisch de bodem weer voedt. Uiteindelijk moet het natuurlijke systeem van het voedselbos zichzelf gaan voeden. En dat gebeurt nu dus al.
Zin om te helpen op 14 of 21 november? Meld je aan bij Jeroen.
Plantenlijst
Kaart
Maar naast een lijst met wélke soorten er moeten komen, werd het dus ook hoog tijd om de aantallen van iedere soort te bepalen. En dat kun je eigenlijk alleen goed doen op basis van een goed kaart waarop je dat kunt intekenen. Het eerste 'grofmazige' ontwerp werd vorig jaar al gemaakt. Daarin stonden onder andere de waterpartij, de terpen en de paden en de notenbomen ingetekend. Maar nu werd het dus tijd voor een gedetailleerder ontwerp. En om dat ontwerp goed te maken, hadden we ook een gedetailleerdere kaart nodig van het perceel.
| Oranje paaltjes |
Landmeting
Een tijdje geleden hebben we daarom een landmeting laten doen. Als je in het gebied gewandeld hebt, heb je je misschien afgevraagd waarom er ineens allemaal houten paaltjes met oranje bovenkantjes langs het pad geslagen stonden. En waarom een groot aantal bomen ineens versierd was met roodwitte linten. Nou, dat was dus nodig om die gedetailleerde kaart te maken. We hebben professionele landmeters ingehuurd om de paden, de terpen, de waterpartij, de bestaande bosrand en de belangrijkste bomen in te meten. Zodat we tot op de vierkante decimeter weten over welk stukje van het terrein we het hebben.
| Roodwitte linten |
| Dit deel is al gemaaid. Met de zeis. |
Maar daarmee houden de voorbereidingen nog niet op. Want als we straks kunnen rekenen op hulp van veel vrijwilligers, moeten die vrijwilligers hun werk ook wel goed kunnen doen. Er moet tijdens die twee dagen heel veel geplant worden. En dan is het toch het handigst als je overal goed bij kunt. Daarom wordt de komende weken de gehele kruidlaag die zo mooi in bloei heeft gestaan kort gemaakt. Je zult het gebied de komende tijd dus in schoonheid achteruit zien gaan. Het gaat weer (even) lijken op het gemaaide veld zoals het eerder was. Maar dat heeft dus zijn nut.
We doen dit op de ouderwetse manier: met de zeis. We hebben twee redenen waarom we dat niet met een gemotoriseerde maaier doen. De eerste reden is dat kleine diertjes die tussen de planten leven, zo de kans hebben om te vluchten, in plaats van dat ze een kopje kleiner gemaakt zouden worden. De tweede reden is dat we de grond niet kapot willen rijden. Machines zijn zwaar en laten een compactere bodem achter. En dat willen we juist niet. De bodem moet zo veel mogelijk met rust gelaten worden, zodat de natuur haar werk kan doen.
Voeden
De gemaaide planten worden overigens niet afgevoerd zoals je dat in weilanden op dijklichamen e.d. altijd wel ziet gebeuren. Wij willen dat de bodem zich ontwikkelt. Het (blad)afval laten we liggen omdat dat bij het afsterven automatisch de bodem weer voedt. Uiteindelijk moet het natuurlijke systeem van het voedselbos zichzelf gaan voeden. En dat gebeurt nu dus al.
Zin om te helpen op 14 of 21 november? Meld je aan bij Jeroen.
RFGN: na de opening, het vervolg
Met de officiële opening van het Voedselbos Vlaardingen zaterdag 20 juni j.l. is fase 1 van de aanleg van dit ‘grootste randstedelijke voedselbos’ afgesloten. Dit voorjaar vanaf januari zijn de condities gecreëerd voor het voedselbos om zich te ontwikkelen: er zijn hoogteverschillen gemaakt met drogere terpen en een waterpartij (in een gesloten grondbalans), de houtwal is gesnoeid, groenbemester is ingezaaid en de eerste bomen en struiken zijn gepland. Een aantal grote bomen zijn in overleg met de bomenstichting gekapt om te voorkomen dat ze het voedselbos vallen in de komende jaren. De bomen zijn afgetopt op 6 meter zodat ze de komende jaren als habitat kunnen dienen voor allerlei dieren. De afgezaagde stammen en grote takken zijn geënt met paddenstoelenbroed (shii take en populierenleemhoed) en met wat geluk zal de eerste oogst hiervan al beschikbaar zijn in het najaar.
De eerste bomen die zijn geplant (op Boomfeestdag) zijn walnoten, zij zullen de komende jaren uitgroeien tot de hoge-kruinlaag van het voedselbos, aangevuld met nog te planten tamme kastanjes in de zuidoosthoek van het terrein. Daarnaast hebben we een aantal eetbare hagen en wilgenvlechtwerken aangeplant die samen met de uitgegraven waterpartij het openbare en het semi-openbare gedeelte van elkaar scheiden.
Het voedselbos is altijd toegankelijk. In het openbare deel kan altijd gewandeld worden. Het semi-openbare deel kun je alleen in op de dagen dat er iemand van het Voedselbos aanwezig is, maar is door zichtlijnen wel altijd visueel toegankelijk. Zo vinden we een balans tussen ecologisch, productief en recreatief beheer.
De volgende fase is de aanplant van kleinere bomen, struiken en de eerste vaste planten in het najaar. De details van het beplantingsontwerp zijn we nu aan het uitwerken. Naarmate de hoge en lage kruinlaag en de struiken groter worden zullen de kruidlaag en de bodembedekkers worden aangeplant. Voorlopig mogen de pioniersplanten die bekend staan als onkruid (zoals distels en brandnetel) voor ons de bodem bewerken samen met de bodemverbeteraars die we hebben gezaaid. Zo zal het voedselbos stap voor stap groeien. Ondertussen willen we zoveel mogelijk leren van deze pilot. Hoe gaat de biodiversiteit zich ontwikkelen in het voedselbos? Hiervoor hebben we een biodiversiteitsmeting laten doen. Welke bomen, struiken en planten gaan het goed doen? En hoe kunnen we uit het voedselbos inkomsten genereren die de kosten van onderhoud kunnen dekken? Zo willen we de basis leggen voor een nieuwe vorm van beheer van stadsrandgebieden en een nieuw beroep: voedselboswachter.
Het is deze inzet die het voor het Recreatieschap Midden-Delfland en Provincie Zuid-Holland interessant maakt ons de ruimte te bieden en te steunen. Zij zijn op zoek naar een nieuwe rolverdeling tussen burgers, ondernemers en overheid en naar innovatieve benaderingen van beheer van de groene ruimte en ons initiatief in Vlaardingen past hier naadloos in. De hoop is dat het Voedselbos een kraamkamer zal vormen voor ideeën die ook op grotere schaal kunnen worden toegepast.
Wordt vervolgd.
Zeven lagen
Maar daarnaast is het ook zeer aannemelijk dat het zorgt voor een hogere opbrengst per vierkante meter. En dat komt dan vooral om we gebruik maken van meerdere lagen. Die lagen zet ik hieronder op een rijtje.
1. De hoge kruinlaag
De hoge kruinlaag wordt gevormd door de grote bomen in een volwassen bos. In ons voedselbos gaan de walnotenbomen deze kruinlaag vormen. Zij stijgen boven iedere andere soort uit en vangen het zonlicht het eerst weg.
2. De lage kruinlaag
De lagere kruinlaag wordt gevormd door bomen die niet zo hoog worden. Gedacht moet worden aan lage fruitbomen of bijvoorbeeld de vlieren waarvan we binnenkort de bloesem willen gaan oogsten. (Vlierbloesemlimonade!)
3. De struiklaag
Zoals je naam het al zegt, wordt deze laag gevormd door struiken. De jostabessen en de kruisbessen die we al geplant hebben, vallen onder deze soorten.
4. De kruidlaag
Deze laag bevindt zich weer iets lager dan de struiken. Daar vind je de meeste keukenkruiden terug. Maar ook veel traditionele onkruiden (brandnetel, smeerwortel, paardebloem, hondsdraf) horen in deze laag. Gek genoeg kun je veel van de onkruiden ook gewoon eten. Dat komt ons wel goed uit.
5. De kruiplaag
De kruiplaag wordt gevormd door planten die laag op de grond blijven en zich als het ware kruipend 'voortbewegen'. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de aardbei.
6. De laag onder de grond
Van sommige planten zit het grootste deel onder de grond. Denk aan aardappel en knolgewassen. Gewone moestuingroenten zoals de wortel zul je in het voedselbos niet gauw tegenkomen. Die soorten zijn eenjarig en moeten ieder jaar dus opnieuw (door de mens) gezaaid worden. De pastinaak is een gewas dat je misschien wel terug gaat vinden in het voedselbos. Want in tegenstelling tot de gewone wortel, zaait de pastinaak zichzelf makkelijk uit.
7. De verticale laag
De laatste laag beweegt zich door alle andere lagen heen en heeft die lagen ook nodig om zichzelf aan het op te hangen. We hebben het dan over klimplanten. Denk bijvoorbeeld aan de druif.
In een volwassen bos is vooral de rand van een bos het meest productief. Dat komt omdat het zonlicht daar op alle lagen kan vallen en ervoor zorgt dat in iedere laag planten kunnen groeien. Wat we proberen te doen is op zo veel mogelijk plekken een bosrand te simuleren. Daar is in het ontwerp rekening mee gehouden. We zetten geen rijen notenbomen neer, want als die kruinen eenmaal ontwikkeld zijn, dringt er minder licht door naar de lagen eronder en dan groeit daaronder straks niets meer of nog heel weinig. De notenbomen staan dus verspreid over het terrein om die reden.
We hebben nog niet in alle lagen eetbare planten vertegenwoordigd in het voedselbos. Momenteel gaat de meeste aandacht uit naar het ontwikkelen van de bodem. Dat heeft tijd nodig. Op de terpen is een mengsel gezaaid van bodembedekkende planten (mosterd, lupine en phaccelia) die suikers en voedingstoffen gaan produceren om de bodem te verbeteren. En het eerste semi-experiment is ook al gestart. Want één van de terpen hebben we niet van dit zaaimengsel voorzien. Kijken wat het verschil gaat zijn.
Over onkruid (niet) wieden
Goede vraag. Maar voor het antwoord is wel enige uitleg vereist. En het antwoord zal naar alle waarschijnlijkheid niet iedereen helemaal tevreden stellen. Maar laat ik een poging wagen om uit te leggen wat we aan het doen zijn.
Permacultuur
Eerst is daarvoor enig begrip nodig voor de principes die we hanteren bij de aanleg en het onderhoud van het voedselbos. Die principes wortelen (leuke woordspeling) in het gedachtegoed van permacultuur. Begrippen die daarbij een belangrijke rol spelen, zijn: kringlopen en biodiversiteit.
Om het wat duidelijker af te tekenen, is het handig om in tegenstellingen te denken. Tegenover permacultuur zou je monocultuur kunnen zetten. Bij monocultuur bedrijf je landbouw met één gewas en om dat gewas te laten floreren voeg je voedingsstoffen (kunstmest) en water (en soms zelfs licht) toe.
Bij permacultuur werk je per definitie niet met maar één gewas, maar juist met verschillende gewassen door elkaar heen. En je voegt (bij voorkeur) niets toe, maar je bouwt een ecosysteem dat zichzelf kan voeden. De kringloop van de ene plant, voedt de andere. Een bijkomend voordeel is ook dat je (in theorie in ieder geval) minder last hebt van plagen en ziektes.
Hier valt nog veel meer over te vertellen, maar voor het doel van dit stukje tekst laat ik het even bij deze uitleg. Ik realiseer me dat het erg summier is. Als je meer informatie wilt over permacultuur kun je terecht bij permacultuurnederland.org. Bekijk bijvoorbeeld deze publicatie (pdf) voor een heldere uiteenzetting van uitgangspunten die belangrijk zijn bij permacultuur.
Eetbare soorten
Wij willen geen gewoon bos ontwikkelen. Wij willen een voedselbos. Een bos dus met een relatief hoge opbrengst in termen van voedselproductie. Dat betekent dat we er naar streven om het bos op te bouwen uit zoveel mogelijk soorten die eetbaar zijn. Dat wil niet zeggen dat alle soorten eetbaar zijn, of dat alle eetbare soorten even lekker zijn. Sommige plantensoorten in het bos laten we toe omdat die de andere planten ondersteunen of de kringloop in het bos ondersteunen. Alles wat we aanplanten is (gedeeltelijk) eetbaar. Maar er zijn nou eenmaal ook soorten die er al staan, of die steeds weer binnen komen waaien.
Brandnetels
| Hondsdraf |
Andere onkruiden en bodemleven
Maar die andere onkruiden dan. Tja. De meeste daarvan hebben een functie in het verbeteren van het bodemleven. Sommige soorten hebben diepe penwortels en halen voedingsstoffen van diep uit de grond naar boven. En sommige soorten wortelen oppervlakkig en bevorderen zodoende de luchtigheid van de bodem. Daarmee verbetert het bodemleven eigenlijk met elk plantje onkruid. En een goed bodemleven zal er weer voor zorgen dat de soorten die we eigenlijk beogen te laten groeien, beter zullen gaan gedijen. Met de zware kleigrond die het perceel rijk is, is het geen overbodige luxe dat de bodem verbeterd wordt. En de natuur kan dat zelf heel goed. De conclusie zal dus zijn dat we om deze reden weinig doen aan het tegengaan van het onkruid.
Berenklauw vormt de uitzondering
De enige plant die we tot dusver niet tolereren is de berenklauw. Die wordt manshoog, is niet eetbaar en kan brandblaren veroorzaken. En dat gaat ons ook te ver.
De afgelopen tijd hebben we alle grote berenklauwen al weggestoken en dat blijven we ook nog wel een tijdje doen. Wil je helpen? Klik dan hier.
| Deze berenklauwen hebben de strijd verloren |
Disclaimer:
Dit stukje is geschreven door Remko. Ik ben binnen de groep van vrijwilligers de 'leek' op het gebied van plantenkennis, aanleg en onderhoud van voedselbossen. Het zou daarom dus kunnen dat de informatie die hierboven staat (deels) niet klopt. Ik ga er van uit dat ik dat dan vanzelf hoor. Ik doe mijn uiterste best om de dingen die we doen te begrijpen. Mocht je geïnteresseerd zijn in de kennis die hierover bij de rest van de vrijwilligers aanwezig is, dan zou ik een keer langskomen. Op vrijdag heb je de meeste kans dat er iemand aanwezig is.
En de vrijdag was ook goed
In het vorige berichtje deed ik verslag van de workshop 'levend bouwen met wilgentenen' die afgelopen zaterdag plaatsvond. Maar op de vrijdag werd er onder een waterig zonnetje door een groep vrijwilligers ook flink veel werk verzet.
Inmiddels zijn de houtsnipperpaden bijna allemaal klaar. Dampende houtsnipperbergen zijn in kruiwagens geladen en verdeeld over het terrein. Die bergen houtsnippers zijn van binnen best warm. Het werd tijd dat ze verdeeld werden over de paden.
En het grootste deel van de composthoop die bij de ingang aan de zuidbuurt lag, is ook weggereden naar de terpen. Bovendien zijn we gestaag doorgegaan met de aanplant van nieuwe struiken.
Inmiddels zijn de houtsnipperpaden bijna allemaal klaar. Dampende houtsnipperbergen zijn in kruiwagens geladen en verdeeld over het terrein. Die bergen houtsnippers zijn van binnen best warm. Het werd tijd dat ze verdeeld werden over de paden.
Er was genoeg te doen, en er is heel veel gedaan. Jong en oud hielp mee.
Even lunchen. Een foto met Huib, maar zonder mij en Frans.
En één met mij en Frans, maar zonder Huib.
En soms maakten we tussendoor uiteraard tijd voor een educatief momentje.
Wist je dat 40% van het leven in een bos in dood hout zit. Zie hier een voorbeeld van een natuurlijk insectenhotel.
Wormen zijn goed voor de bodem. Daar moet je er heel veel van hebben. Dat zit bij ons wel goed.
Lijkt het je leuk om ook een keer te komen helpen? Kom dan aanstaande vrijdag naar het voedselbos. Tussen 9.00 uur en 10.00 uur beginnen we. Je mag ook eerst gewoon komen kijken. Maar ik kan je verzekeren dat het meehelpen aanstekelijk werkt. De klussen die gedaan moeten worden variëren. We gaan nieuwe struiken planten; we gaan berenklauwen bestrijden; we gaan compost uitrijden en verdelen over de terpen; en waarschijnlijk nog een laatste stukje pad aanleggen. Kaplaarzen aangeraden. Tot vrijdag?
(Het blijven jongens, hè...)
Voorbereiding paden en bosgrond hergebruiken op terpen
Twee weken geleden is er door een aantal vrijwilligers hard gewerkt om de voorbereidingen te treffen voor het pad dat door het openbare deel van het voedselbos komt te liggen. De weg is letterlijk vrij gemaakt. Er lagen nog een hoop takken her en der, die nu keurig in een wal liggen. Een deel van de takken zal versnipperd worden.
Met een frees werd in het (straks) openbare deel gezonde bosgrond losgewoeld. Die grond werd in kruiwagens verplaatst naar de terpen (vooral bij ingang aan de zuidbuurt). Dat had een tweeledig doel. Ten eerste werd er daarmee een spoor getrokken waarin de houtsnippers straks verdeeld kunnen worden, zodat er een echt houtsnipperpad ontstaat.
Ten tweede werd een aantal terpen voor een groot bedekt met de gezonde bosgrond. Die terpen bestaan nu voor het grootste deel uit klei. Dat is zeer compacte grond waar weinig tot geen leven in zit. En we willen dat ook die bodem levend wordt. De bosgrond die er nu over uitgestrooid is, draagt daar aan bij. Kleine beestjes en goede bacteriën gaan helpen de kleigrond van de terpen te veranderen tot levende grond.
Met een frees werd in het (straks) openbare deel gezonde bosgrond losgewoeld. Die grond werd in kruiwagens verplaatst naar de terpen (vooral bij ingang aan de zuidbuurt). Dat had een tweeledig doel. Ten eerste werd er daarmee een spoor getrokken waarin de houtsnippers straks verdeeld kunnen worden, zodat er een echt houtsnipperpad ontstaat.
Abonneren op:
Posts (Atom)

