Welkom

Welkom op de website van het Voedselbos Vlaardingen. Met duurzame uitgangspunten realiseren we aan de rand van de stad het grootste openbaar toegankelijke voedselbos in omgeving Rotterdam. Op deze website doen we verslag van de ontwikkelingen. Abonneer je via email, neem contact op met één van de betrokkenen of kom een keer kijken in het bos zelf.

Posts tonen met het label brandnetels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brandnetels. Alle posts tonen

Bessen plukken op Midden-Delflanddag

Wandelpad als je rechts aanhoudt na binnenkomst aan de Zuidbuurt-zijde.
 Als je nu aan de Zuidbuurt-zijde het voedselbos binnenloopt, zie je dit. Wat de argeloze voorbijganger vaak niet ziet, is dat er rechts naast het pad een overvloed aan aalbessen te vinden is. Het lijkt een woud van brandnetels, maar niets is minder waar.
Aalbessen die beginnen te kleuren.
Goed verscholen tussen de brandnetels.
Vaak wordt ons gevraagd hoe wij ervoor zorgen dat de vogels ons niet voor zijn bij het oogsten van de bessen. Zetten wij geen netten? Nee, dat hoeft niet omdat we de brandnetels laten staan. Die overgroeien de bessenstruiken en schermen daarmee de bessen af. Zowel de vogels als de argeloze voorbijgangers hebben vaak geen idee van de overvloed die er tussen de brandnetels hangt.

Traditioneel zijn de aalbessen rijp op Midden-Delflanddag, zo halverwege juni. Komende zaterdag is het zover. 's Ochtends worden de aalbessen ontdaan van alle brandnetels die rondom de struiken staan. En het publiek dat ons die dag bezoekt, kan zelf aalbessen oogsten.

Op Midden-Delflanddag zijn we open tussen 11.00 uur en 16.30 uur. Er zijn die dag verschillende activiteiten in het voedselbos, en ook in de omgeving zetten andere locaties hun deuren open.
In het voedselbos kun je terecht voor onder andere:
- rondleidingen
- een hapje en drankje uit het voedselbos
- blote voetenpad
- en nog meer.



De aalbessen zagen er een tijdje eerder zo uit. Ze begonnen toen net te kleuren.












De kruisbessen hangen er ook goed bij. Deze struiken kunnen er niet zo goed tegen om tussen de brandnetels (of andere ruigtekruiden) te staan. Deze planten hebben we dit jaar voor het eerst eerder vrijgezet. Wat het effect op de oogst is, moeten we nog zien.





 Oogst die verderop in het jaar te verwachten is, is onder andere de Japanse Wijnbes. Hier gefotografeerd in de knop. Deze plant staat op verschillende plekken. Hij is ondermeer te vinden naast het toegangshek.

De bramen beloven dit jaar ook een grote oogst. Tenminste, áls al deze bloemen ook echt bramen worden. We wachten het af. De oogstmandjes staan in ieder geval al klaar.

Maaien of niet maaien, dat is de vraag

Ingang bij de zuidbuurt op 26 mei 2017
Als je al eens bent komen kijken in het voedselbos, dan heb je gezien dat planten zoals de brandnetel, zuring, smeerwortel en distel inmiddels manshoog staan. En daar krijgen we soms ook vragen over. Want, verdringen die 'onkruiden' de andere planten nou niet?

Ons antwoord is in essentie 'nee'. Met hier en daar een nuance.
De meeste houtachtige gewassen, zoals fruitbomen, struiken en natuurlijk ook de notenbomen, hebben geen last van de concurrentie van de kruidlaag. Sterker nog, de planten die nu actief zijn in onze kruidlaag hebben meerdere functies die ook voordelig zijn voor planten in een andere laag van het bos.

Voedingsstoffenpomp
Zuring en smeerwortel bijvoorbeeld zijn planten met diepe wortels. Die halen hun voedingsstoffen uit diepere grondlagen, slaan dat op in hun blad. En in de winter gaat dat blad dood. Dat blad valt op de grond en daardoor komen de voedingsstoffen in hogere lagen van de bodem weer beschikbaar voor andere planten. Daardoor werken ze als een soort voedingsstoffenpomp.

Verbetering van de grond
Daarnaast doen de wortels van deze planten ook simpelweg aan grondbewerking. Die wortels breken de kleigrond in stukken en prikken daar eigenlijk allemaal gaatjes in waardoor water en lucht veel beter beschikbaar komt in die grond. En daar profiteren andere planten weer van.

Beschutting en luwte
Een andere functie van deze kruidlaag is ook dat het juist beschutting biedt voor houtige plantensoorten. Die zijn zolang ze nog klein zijn, nog niet zo stevig en kunnen best wat luwte gebruiken.

Insectenleven bevorderen
En dan hebben we het nog niet gehad over het insectenleven dat de kruidlaag mogelijk maakt. We hebben immers bijen en roofinsecten nodig voor bestuiving en plaagbestrijding. Die insecten trek je veel meer met distels, smeerwortel en schermbloemigen zoals de europese berenklauw. Niet met pas gemaaid gras.

Even inzoomen en je ziet een rupsenfamilie tussen de brandnetels

Bijen vliegen graag op allerlei soorten distels.

Schermbloemigen trekken veel verschillende soorten insecten

En toch is het antwoord op de gestelde vraag ook een beetje 'ja'. Er zijn een paar planten die je beter niet tussen de hoge kruidlaag kunt zetten, is onze ervaring inmiddels.

Stikstofbinders
Er is namelijk een categorie planten die stikstof binden. Alle planten hebben stikstof nodig om te kunnen groeien. En stikstof zit ruim voorradig in de lucht. Echter kunnen niet alle planten dat zelf uit de lucht halen. Een paar wel. Bijvoorbeeld de zwarte els, de duindoorn, de siberische erwtenstruik en allerlei klaversoorten. Als een bodem heel arm aan stikstof is, zul je dit soort planten als eerste tegenkomen. Zij zorgen ervoor dat stikstof in de bodem terecht komt. En daarna pas kunnen andere planten zich ook vestigen.
Maar het zijn juist deze stikstofbindende planten die het tussen de kruidlaag van zuring, smeerwortel en distel moeilijk hebben. Op de plekken waar zij van nature groeien, hoeven zij niet te concurreren om zonlicht, omdat ze het voordeel van het zelf kunnen binden van stikstof hebben. Wij zijn er inmiddels achter dat we de duindoorn en de siberische erwtenstruik beter 'vrij kunnen zetten'. Dus ja, rondom deze planten wordt er zo nu en dan gemaaid.

Zijn er dan nog andere redenen om te maaien? Jazeker. We organiseren op 18 juni een gezellige dag in het voedselbos in het kader van de Midden-Delflanddag. En tijdens die dag is het wel prettig als de paden begaanbaar en een beetje breed zijn. De kraam met informatie en de tafels waarop het voedsel geserveerd wordt, moeten ook ergens staan. Die kun je niet tussen anderhalve meter brandnetel neerzetten. Dan komt er niemand.
We zorgen dus dat het op de plekken waar dat nodig is, gewoon netjes gemaaid is. Voel je welkom!

Meer informatie over de Midden-Delflanddag in het voedselbos vind je hier
De ingang bij de zuidbuurt, maar nu inmiddels gemaaid.

Gemaaide en begaanbare paden

En hier rechts komt de informatiekraam te staan.

Eten uit de natuur

In de meivakantie was het twee keer raak. Er was een activiteit voor kinderen op woensdagmiddag 26 april waarbij er gegeten werd uit de natuur. En op vrijdag 28 april kookten we samen met de vrijwilligers en de collega's van NatuurWijs een kleine maaltijd. Hieronder een foto-verslag van beide activiteiten.

Vind je het nou ook leuk om een keer te komen kijken? Kom dan naar één van de rondleidingen of zet 18 juni alvast in je agenda. Dan is het Middendelflanddag in het voedselbos en dan is er van alles te doen. Binnenkort meer info.


Eten uit de natuur

De kinderen gingen aan de slag met een wildeplanten-speurtocht en verzamelden daarmee ingrediënten voor de wildeplanten-soep en een kruidenboter. Toen de ouders de kinderen weer kwamen ophalen, werden ze getrakteerd op deze culinaire verrassing!










Koken in het voedselbos

Sander Dikstra verzorgde deze workshop voor de collega's NatuurWijs en aanhang, én onze vaste vrijwilligers. De kleine berenklauw ging samen met de jonge scheuten van de lisdodde de pan in. Het effect na afloop was een sensuele tinteling op de tong. De soep was heerlijk groen met toppen van de brandnetel en de smeerwortel en......... zevenblad! Zevenblad staat vooral bekend als onkruid, maar deze plant die veel voorkomt in stadstuintjes is gewoon eetbaar. Omdat zevenblad niet in het voedselbos te vinden is, had Sander hem onderweg geplukt. (Gewoon omdat het kan!) Nadat de soep gekookt had ging de superblender op accu van Sander de pan in! Dan blijkt zo'n ding erg handig. De soep was verrukkelijk. Daarnaast was er ook daslookpesto en kruidenboter, en dat maakte het culinaire plaatje compleet. Het was een heerlijke middag met gezellige mensen op deze fantastische plek!










Oesterzwammen oogsten

Ken je dit bericht nog? Daarin lieten we zien hoe we de stammen van de net gekapte populieren hadden geënt met schimmels. Oesterzwammen in dit geval.

Vorig jaar leek het erop dat het experiment mislukt was, want toen vonden we na verloop van tijd één zielig paddenstoeltje dat ook nog eens half opgegeten was. Maar zo zie je. Soms heeft het een beetje meer tijd nodig. We hebben vorige week nat weer gehad en nu lekkere warmte en de paddenstoelen 'springen' uit de boomstammen.

Vandaag zagen we het ineens. In de bosrand, op de gekapte populierenstammen. Ze waren helemaal overwoekerd met brandnetels.


Dat werd dus in ieder geval een klusje vandaag. Het vrijzetten van de oesterzwammen zodat ze geoogst konden worden. Dag brandnetels.


De schors van de boomstam is zelfs helemaal wit geworden van de schimmel. (Let ook op het koolwitje, he... die wilde ook op de website.)


Hier liggen drie stammen naast elkaar en is alles ontdaan van brandnetel. De middelste stam bevat de meeste zwammen. Op de voorste stam (rechts op de foto) waren de zwammen kleiner. Die hebben we nog maar even laten zitten.

Overzichtje van de oogst van vanochtend:


Twee manden vol oesterzwammen, een restje bramen en in het midden de besjes van de olijfwilg.

Bloemen


Laat de bijen (en hun consorten) maar komen.

Paardenbloem (Taraxacum Officinalis)

Smeerwortel (Symphythum Officinalis)

Raapzaad (Brassica Raps)

Fluitenkruid (Anthriscus Sylvestris)

Appel (Malus Domestica)

Appel (Malus Domestica)

Jostabes (Ribes Xnidignolaria)

Kers (Prunes Avium)

Amandel (Prunes Dulcis)

Dovenetel (Lamium Album)

Zeven lagen

In het voedselbos gebruiken we kennis uit de permacultuur. Waar er bij 'normale' agrarische activiteit het liefst met één gewas gewerkt wordt, werk je bij permacultuur het liefst met een zo groot mogelijke diversiteit aan gewassen. Daar ging ik in het vorige bericht al op in. De ene plant ondersteunt de andere is de gedachte en samen staan ze sterker. Verschillende soorten voorzien elkaar van voedingsstoffen en je systeem is beter bestand tegen plagen en ziekten.

Maar daarnaast is het ook zeer aannemelijk dat het zorgt voor een hogere opbrengst per vierkante meter. En dat komt dan vooral om we gebruik maken van meerdere lagen. Die lagen zet ik hieronder op een rijtje.

1. De hoge kruinlaag
De hoge kruinlaag wordt gevormd door de grote bomen in een volwassen bos. In ons voedselbos gaan de walnotenbomen deze kruinlaag vormen. Zij stijgen boven iedere andere soort uit en vangen het zonlicht het eerst weg.

2. De lage kruinlaag
De lagere kruinlaag wordt gevormd door bomen die niet zo hoog worden. Gedacht moet worden aan lage fruitbomen of bijvoorbeeld de vlieren waarvan we binnenkort de bloesem willen gaan oogsten. (Vlierbloesemlimonade!)

3. De struiklaag
Zoals je naam het al zegt, wordt deze laag gevormd door struiken. De jostabessen en de kruisbessen die we al geplant hebben, vallen onder deze soorten.

4. De kruidlaag
Deze laag bevindt zich weer iets lager dan de struiken. Daar vind je de meeste keukenkruiden terug. Maar ook veel traditionele onkruiden (brandnetel, smeerwortel, paardebloem, hondsdraf) horen in deze laag. Gek genoeg kun je veel van de onkruiden ook gewoon eten. Dat komt ons wel goed uit.

5. De kruiplaag
De kruiplaag wordt gevormd door planten die laag op de grond blijven en zich als het ware kruipend 'voortbewegen'. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de aardbei.

6. De laag onder de grond
Van sommige planten zit het grootste deel onder de grond. Denk aan aardappel en knolgewassen. Gewone moestuingroenten zoals de wortel zul je in het voedselbos niet gauw tegenkomen. Die soorten zijn eenjarig en moeten ieder jaar dus opnieuw (door de mens) gezaaid worden. De pastinaak is een gewas dat je misschien wel terug gaat vinden in het voedselbos. Want in tegenstelling tot de gewone wortel, zaait de pastinaak zichzelf makkelijk uit.

7. De verticale laag
De laatste laag beweegt zich door alle andere lagen heen en heeft die lagen ook nodig om zichzelf aan het op te hangen. We hebben het dan over klimplanten. Denk bijvoorbeeld aan de druif.

In een volwassen bos is vooral de rand van een bos het meest productief. Dat komt omdat het zonlicht daar op alle lagen kan vallen en ervoor zorgt dat in iedere laag planten kunnen groeien. Wat we proberen te doen is op zo veel mogelijk plekken een bosrand te simuleren. Daar is in het ontwerp rekening mee gehouden. We zetten geen rijen notenbomen neer, want als die kruinen eenmaal ontwikkeld zijn, dringt er minder licht door naar de lagen eronder en dan groeit daaronder straks niets meer of nog heel weinig. De notenbomen staan dus verspreid over het terrein om die reden.
We hebben nog niet in alle lagen eetbare planten vertegenwoordigd in het voedselbos. Momenteel gaat de meeste aandacht uit naar het ontwikkelen van de bodem. Dat heeft tijd nodig. Op de terpen is een mengsel gezaaid van bodembedekkende planten (mosterd, lupine en phaccelia) die suikers en voedingstoffen gaan produceren om de bodem te verbeteren. En het eerste semi-experiment is ook al gestart. Want één van de terpen hebben we niet van dit zaaimengsel voorzien. Kijken wat het verschil gaat zijn.



Over onkruid (niet) wieden

"En wat gaan jullie doen aan al die brandnetels?" Dat was een vraag die een toevallige voorbijganger stelde aan één van onze vrijwilligers toen hij aan het werk was in het voedselbos.

Goede vraag. Maar voor het antwoord is wel enige uitleg vereist. En het antwoord zal naar alle waarschijnlijkheid niet iedereen helemaal tevreden stellen. Maar laat ik een poging wagen om uit te leggen wat we aan het doen zijn.

Permacultuur
Eerst is daarvoor enig begrip nodig voor de principes die we hanteren bij de aanleg en het onderhoud van het voedselbos. Die principes wortelen (leuke woordspeling) in het gedachtegoed van permacultuur. Begrippen die daarbij een belangrijke rol spelen, zijn: kringlopen en biodiversiteit.
Om het wat duidelijker af te tekenen, is het handig om in tegenstellingen te denken. Tegenover permacultuur zou je monocultuur kunnen zetten. Bij monocultuur bedrijf je landbouw met één gewas en om dat gewas te laten floreren voeg je voedingsstoffen (kunstmest) en water (en soms zelfs licht) toe.
Bij permacultuur werk je per definitie niet met maar één gewas, maar juist met verschillende gewassen door elkaar heen. En je voegt (bij voorkeur) niets toe, maar je bouwt een ecosysteem dat zichzelf kan voeden. De kringloop van de ene plant, voedt de andere. Een bijkomend voordeel is ook dat je (in theorie in ieder geval) minder last hebt van plagen en ziektes.
Hier valt nog veel meer over te vertellen, maar voor het doel van dit stukje tekst laat ik het even bij deze uitleg. Ik realiseer me dat het erg summier is. Als je meer informatie wilt over permacultuur kun je terecht bij permacultuurnederland.org. Bekijk bijvoorbeeld deze publicatie (pdf) voor een heldere uiteenzetting van uitgangspunten die belangrijk zijn bij permacultuur.

Eetbare soorten
Wij willen geen gewoon bos ontwikkelen. Wij willen een voedselbos. Een bos dus met een relatief hoge opbrengst in termen van voedselproductie. Dat betekent dat we er naar streven om het bos op te bouwen uit zoveel mogelijk soorten die eetbaar zijn. Dat wil niet zeggen dat alle soorten eetbaar zijn, of dat alle eetbare soorten even lekker zijn. Sommige plantensoorten in het bos laten we toe omdat die de andere planten ondersteunen of de kringloop in het bos ondersteunen. Alles wat we aanplanten is (gedeeltelijk) eetbaar. Maar er zijn nou eenmaal ook soorten die er al staan, of die steeds weer binnen komen waaien.

Brandnetels
Hondsdraf
En dan komen we terug bij de vraag van de voorbijganger. Want wat te doen met de brandnetels, of het andere onkruid dat juist in deze tijd van het jaar zo snoeihard uit de grond schiet? Wel, brandnetels zijn eetbaar. Dus dat is een deel van het antwoord. Van brandnetels kun je thee zetten, of soep koken bijvoorbeeld. En het schijnt nog erg gezond te zijn ook. Mocht je je een keer branden aan de brandnetel, zoek dan hondsdraf. Wrijf het blad daarvan uit over de geïrriteerde plek. Dat helpt.

Andere onkruiden en bodemleven
Maar die andere onkruiden dan. Tja. De meeste daarvan hebben een functie in het verbeteren van het bodemleven. Sommige soorten hebben diepe penwortels en halen voedingsstoffen van diep uit de grond naar boven. En sommige soorten wortelen oppervlakkig en bevorderen zodoende de luchtigheid van de bodem. Daarmee verbetert het bodemleven eigenlijk met elk plantje onkruid. En een goed bodemleven zal er weer voor zorgen dat de soorten die we eigenlijk beogen te laten groeien, beter zullen gaan gedijen. Met de zware kleigrond die het perceel rijk is, is het geen overbodige luxe dat de bodem verbeterd wordt. En de natuur kan dat zelf heel goed. De conclusie zal dus zijn dat we om deze reden weinig doen aan het tegengaan van het onkruid.

Berenklauw vormt de uitzondering
De enige plant die we tot dusver niet tolereren is de berenklauw. Die wordt manshoog, is niet eetbaar en kan brandblaren veroorzaken. En dat gaat ons ook te ver.
De afgelopen tijd hebben we alle grote berenklauwen al weggestoken en dat blijven we ook nog wel een tijdje doen. Wil je helpen? Klik dan hier.

Deze berenklauwen hebben de strijd verloren


Disclaimer:
Dit stukje is geschreven door Remko. Ik ben binnen de groep van vrijwilligers de 'leek' op het gebied van plantenkennis, aanleg en onderhoud van voedselbossen. Het zou daarom dus kunnen dat de informatie die hierboven staat (deels) niet klopt. Ik ga er van uit dat ik dat dan vanzelf hoor. Ik doe mijn uiterste best om de dingen die we doen te begrijpen. Mocht je geïnteresseerd zijn in de kennis die hierover bij de rest van de vrijwilligers aanwezig is, dan zou ik een keer langskomen. Op vrijdag heb je de meeste kans dat er iemand aanwezig is.