Welkom

Welkom op de website van het Voedselbos Vlaardingen. Met duurzame uitgangspunten realiseren we aan de rand van de stad het grootste openbaar toegankelijke voedselbos in omgeving Rotterdam. Op deze website doen we verslag van de ontwikkelingen. Abonneer je via email, neem contact op met één van de betrokkenen of kom een keer kijken in het bos zelf.

Posts tonen met het label diversiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label diversiteit. Alle posts tonen

Wat is een voedselbos?

Stichting Voedselbosbouw Nederland heeft een animatie laten maken over de vraag 'Wat zijn voedselbossen?'. Uiteraard delen wij die hier graag.


Permacultuur principes in Voedselbos Vlaardingen

Bezoekers die voor het eerst bij ons langskomen, verbazen zich soms over de wilde plantengroei die we toelaten. We wieden of maaien bij voorkeur niet. Dat is geen kwestie van luiheid, maar van weloverwogen keuzes. Ons voedselbos is gestoeld op principes uit de permacultuur. Bij permacultuur draait het om drie belangrijke gedachtes. 

  1. Je zorgt voor de aarde; 
  2. Je zorgt voor de mensen;
  3. Je neemt (een) eerlijk deel.
Als je deze principes ter harte neemt, zo is de gedachte, dan zal overvloed je ten deel vallen. Naast deze ethische principes die de ondergrond vormen, maken we in de permacultuur ook gebruik van ontwerpprincipes. Dat zijn een soort richtlijnen die richting geven aan het handelen tijdens het werken met je ontwerp. Als je er bedreven in wordt, kun je deze principes eigenlijk op alles toepassen. Van natuurlijke ecosystemen tot een kantoorbaan, en van huizenbouw tot je huwelijk. 
Van deze 12 ontwerpprincipes(*) geef ik hieronder voorbeelden hoe dat er in Voedselbos Vlaardingen uit ziet.

Principe 1: observeer en handel ernaar
Observatie is een belangrijk instrument binnen ons voedselbos. We vragen vrijwilligers altijd goed te kijken, en zich eigen gedachten te vormen over wat ze zien. Iedere vrijdag starten we met een observatieronde om te bepalen welke werkzaamheden die dag zullen worden uitgevoerd. Maar eigenlijk is dit een continu proces. Op basis van onze observaties nemen we de beslissingen.

Principe 2: vang energie en sla ze op
De meest voor de hand liggende energiebron zijn zonlicht, warmte en water. We hebben in het ontwerp van het voedselbos met de plaatsing van het water rekening gehouden met het weerkaatsende zonlicht bijvoorbeeld. Daardoor ontvangt een deel van het bos nog weer iets meer licht. Het water zelf is door de ligging nagenoeg altijd beschikbaar voor de plantengroei. Ook in relatief droge perioden. Daarnaast vangen we warmte doordat de beplanting slim is neergezet en er daardoor op sommige plekken een soort 'kamertjes' zijn ontstaan waar het nét iets warmer kan zijn. Ook onze kas is een voorbeeld van het vangen van warmte. Net als de regenton die het water opvangt dat op het schuurtje valt.

Principe 3: zorg voor opbrengst
Dit vatten we ruim op. Je kunt de oogst als opbrengst zien. Maar andere vormen van opbrengst zijn bijvoorbeeld de persoonlijke ontwikkeling van alle vrijwilligers, de geldelijke opbrengsten die we uit donaties of rondleidingen krijgen, maar ook het netwerk dat we bouwen, en de inspiratie die we doorgeven zodat andere voedselbosplekken ontstaan.
  
Principe 4: gebruik zelfregulering en accepteer terugkoppeling
We werken in het voedselbos per definitie niet met bestrijdingsmiddelen of externe meststoffen. Als we luizen hebben, wachten we op de lieveheersbeestjes. Dat is een vorm van zelfregulering. En soms is dat best spannend omdat het effect van de roofdierpopulaties soms pas erg laat zichtbaar wordt.

Principe 5: gebruik en waardeer hernieuwbare grondstoffen en diensten
We werken liever met de natuur mee. Een voorbeeld is dat onze bodem wordt belucht door het bodemleven (wormen, mieren, mollen om maar een paar voorbeelden te noemen), en niet doordat wij de bodem bewerken. Hierdoor ontstaat op termijn meer wortelruimte voor de gewassen. Daarnaast zorgt de bladval in de herfst bijvoorbeeld voor het toenemen van de organische stof in de bodem.

Principe 6: produceer geen afval, maak kringlopen
De wilgen, populieren en zwarte elzen schieten de grond uit, zonder dat ze zelf voedsel produceren. Dat neemt niet weg dat we ze niet kunnen gebruiken. Van de stammetjes kunnen prima paden worden gemaakt waar we in de winter blij mee zijn, omdat we dan niet door de modder hoeven te lopen.

Principe 7: ontwerp van (natuurlijke) patronen naar detail
Aan het begin hebben we de grote waterpartij gegraven en hebben toen met die grond de terpen opgeworpen waar de walnoten op kwamen te staan. Daarom heen is de rest van de aanplant neergezet. Eerst grotere bomen, en daarna struiken. En komend najaar komen we voor het eerst toe aan de kruidlaag.

Principe 8: verenig eerder dan te scheiden
Toen we onze meidoorns wilden om-enten naar grootvruchtige soorten, hebben we van deze gelegenheid gebruik gemaakt om er een workshop van te maken. Daarmee werd deze ene activiteit een mogelijkheid voor de vrijwilligers om te leren enten, konden we subsidie aanvragen voor workshop én kregen we gratis de beschikking over het ent-materiaal. Door zaken slim te combineren kun je van veel situaties win-win-win maken.

Principe 9: gebruik kleine en trage oplossingen
Áls we maaien - bijvoorbeeld langs de paden - dan doen we dat met de hand. We maken geen gebruik van machines. We hebben mankracht genoeg en het gebruik van ronkende machines stoort de interessante gesprekken.

Principe 10: gebruik en waardeer diversiteit
Een voedselbos is per definitie een polycultuur. De planten staan allemaal door elkaar heen, in verschillende lagen. Die diversiteit bouw je op door ervoor te zorgen dat iedere functie wordt gedragen door meerdere elementen, en dat ieder element meerdere functies vervult. Daardoor krijgt een systeem veel meer veerkracht. Als de oogst van de ene soort een beetje tegenvalt, valt die van een andere soort wellicht juist mee.
Een appelboom is bijvoorbeeld zo'n element. Die vervult de functie van producent van appels, maar ook van voedselbron voor bijen. De functie van voedselbron voor bijen wordt ook door andere elementen verzorgd. Andere appelbomen die net op een andere tijd bloeien, maar natuurlijk ook door andere bomen zoals de wilg of de linde. 

Principe 11: gebruik randen en waardeer het marginale
De meest productieve plek van een voedselbos is eigenlijk de voedselbosrand. Daar waar wel verschillende lagen zichtbaar zijn, maar waar (nog) niet de volle schaduw van een volwassen bos de overhand heeft. Op die randen staan hoogstamfruit, laagstamfruit en bessenstruiken slim opgesteld.

Principe 12: antwoord gepast op veranderingen en maak er op een creatieve manier gebruik van
Dit principe zegt eigenlijk dat verandering die enige constante is. Ons voedselbos begon als een soort grasland met flink wat aangeplante eetbare bomen en struiken. Maar het bos zelf 'doet' ook het één en ander. Het is onze taak om daar goed naar te kijken, en slim te reageren op die veranderingen. En dat brengt ons weer bij principe 1. 


*Er bestaat wat variatie in het aantal van deze principes binnen de permacultuurbeweging, maar dat kan op zichzelf geen kwaad. Diversiteit zien we in het algemeen niet als bedreiging, maar als kans. Je hoeft het niet overal over eens te zijn. Voor deze tekst maakten we gebruik van https://permacultuurnetwerk.eu/12-ontwerpprincipes


Deelname Nationaal Monitoringsprogramma Voedselbossen

Vanuit de Green Deal Voedselbossen is afgelopen najaar het Nationaal Monitoringsprogramma Voedselbossen gestart. Bijna 25 voedselboslocaties door heel Nederland worden (in ieder geval) de komende vijf jaar gemonitord. En Voedselbos Vlaardingen hoort daarbij.
Dit monitoringsprogramma zorgt ervoor dat er straks kennis beschikbaar is over hoe (snel) voedselbossen zich ontwikkelen. Naast gegevens over de bodem, worden ook oogsten, betrokkenheid van mensen, biodiversiteit en andere zaken gemonitord. We zijn gestart met de bodem.

Twee keer in het jaar worden er bodemmonsters genomen die naar twee labs gaan. Eén voor het onderzoeken van de nutriënten in de bodem en het andere monster voor een nematoden-onderzoek. Daarnaast doen onze vrijwilligers op die momenten allerlei eenvoudige testjes waarmee we nog meer informatie verzamelen over (de ontwikkeling van) de bodem.
Vrijdag 10 januari jongstleden kwam Bastiaan Rooduijn bij ons langs voor deze metingen. Hij coördineert en leidt dit onderzoek vanuit de Green Deal. Hij had wat spullen bij zich, waaronder een stukje pvc-buis, een penetrometer, een snijplank, een rubberhamer, een boodschappentas, een maatbeker, een schrijfblok en een pen.
Vooraf had hij ons een kaartje toegestuurd van ons eigen voedselbos. Iedere te onderzoeken voedselboslocatie wordt onderverdeeld in vakken van ongeveer 10 bij 10 meter. En willekeurig zijn daar vijftien vakken uitgekozen die de meetpunten vormen. Op die punten gaan we de testjes steeds herhalen, zodat we over een tijdje de ontwikkeling zichtbaar kunnen maken. Hopen we.

We telden wormen, we maten hoe snel het water door de bodem wordt opgenomen, we keken hoe dik de strooisellaag was en hoe ver de kruinlaag zich al gesloten had.

Het was een leuke ochtend waarbij de vrijwilligers weer wat geleerd hebben.

Hieronder wat plaatjes.

Samen met nog 14 van deze boringen gaat deze grond naar het lab

Hoe snel wordt het water opgenomen door de bodem?

Het water zakt weg en wij meten hoe snel.

Hoe dik is de strooisellaag?




Mooie plaatjes

Iedere maand worden er van Voedselbos Vlaardingen tientallen foto's gemaakt. Bij activiteiten lopen er vaak meerdere fotografen rond. Al die foto's slaan we op in een digitaal archief. Zo zijn alle foto's op maand terug te vinden. 
Voor een ander project was ik op zoek naar mooie plaatjes uit voedselbos Vlaardingen. En waarom zou ik jullie niet laten meegenieten? 

Een kleine selectie: 
































Maaien of niet maaien, dat is de vraag

Ingang bij de zuidbuurt op 26 mei 2017
Als je al eens bent komen kijken in het voedselbos, dan heb je gezien dat planten zoals de brandnetel, zuring, smeerwortel en distel inmiddels manshoog staan. En daar krijgen we soms ook vragen over. Want, verdringen die 'onkruiden' de andere planten nou niet?

Ons antwoord is in essentie 'nee'. Met hier en daar een nuance.
De meeste houtachtige gewassen, zoals fruitbomen, struiken en natuurlijk ook de notenbomen, hebben geen last van de concurrentie van de kruidlaag. Sterker nog, de planten die nu actief zijn in onze kruidlaag hebben meerdere functies die ook voordelig zijn voor planten in een andere laag van het bos.

Voedingsstoffenpomp
Zuring en smeerwortel bijvoorbeeld zijn planten met diepe wortels. Die halen hun voedingsstoffen uit diepere grondlagen, slaan dat op in hun blad. En in de winter gaat dat blad dood. Dat blad valt op de grond en daardoor komen de voedingsstoffen in hogere lagen van de bodem weer beschikbaar voor andere planten. Daardoor werken ze als een soort voedingsstoffenpomp.

Verbetering van de grond
Daarnaast doen de wortels van deze planten ook simpelweg aan grondbewerking. Die wortels breken de kleigrond in stukken en prikken daar eigenlijk allemaal gaatjes in waardoor water en lucht veel beter beschikbaar komt in die grond. En daar profiteren andere planten weer van.

Beschutting en luwte
Een andere functie van deze kruidlaag is ook dat het juist beschutting biedt voor houtige plantensoorten. Die zijn zolang ze nog klein zijn, nog niet zo stevig en kunnen best wat luwte gebruiken.

Insectenleven bevorderen
En dan hebben we het nog niet gehad over het insectenleven dat de kruidlaag mogelijk maakt. We hebben immers bijen en roofinsecten nodig voor bestuiving en plaagbestrijding. Die insecten trek je veel meer met distels, smeerwortel en schermbloemigen zoals de europese berenklauw. Niet met pas gemaaid gras.

Even inzoomen en je ziet een rupsenfamilie tussen de brandnetels

Bijen vliegen graag op allerlei soorten distels.

Schermbloemigen trekken veel verschillende soorten insecten

En toch is het antwoord op de gestelde vraag ook een beetje 'ja'. Er zijn een paar planten die je beter niet tussen de hoge kruidlaag kunt zetten, is onze ervaring inmiddels.

Stikstofbinders
Er is namelijk een categorie planten die stikstof binden. Alle planten hebben stikstof nodig om te kunnen groeien. En stikstof zit ruim voorradig in de lucht. Echter kunnen niet alle planten dat zelf uit de lucht halen. Een paar wel. Bijvoorbeeld de zwarte els, de duindoorn, de siberische erwtenstruik en allerlei klaversoorten. Als een bodem heel arm aan stikstof is, zul je dit soort planten als eerste tegenkomen. Zij zorgen ervoor dat stikstof in de bodem terecht komt. En daarna pas kunnen andere planten zich ook vestigen.
Maar het zijn juist deze stikstofbindende planten die het tussen de kruidlaag van zuring, smeerwortel en distel moeilijk hebben. Op de plekken waar zij van nature groeien, hoeven zij niet te concurreren om zonlicht, omdat ze het voordeel van het zelf kunnen binden van stikstof hebben. Wij zijn er inmiddels achter dat we de duindoorn en de siberische erwtenstruik beter 'vrij kunnen zetten'. Dus ja, rondom deze planten wordt er zo nu en dan gemaaid.

Zijn er dan nog andere redenen om te maaien? Jazeker. We organiseren op 18 juni een gezellige dag in het voedselbos in het kader van de Midden-Delflanddag. En tijdens die dag is het wel prettig als de paden begaanbaar en een beetje breed zijn. De kraam met informatie en de tafels waarop het voedsel geserveerd wordt, moeten ook ergens staan. Die kun je niet tussen anderhalve meter brandnetel neerzetten. Dan komt er niemand.
We zorgen dus dat het op de plekken waar dat nodig is, gewoon netjes gemaaid is. Voel je welkom!

Meer informatie over de Midden-Delflanddag in het voedselbos vind je hier
De ingang bij de zuidbuurt, maar nu inmiddels gemaaid.

Gemaaide en begaanbare paden

En hier rechts komt de informatiekraam te staan.

Schuilplaatsen

Bij het weer van de afgelopen dagen kun je je wel iets voorstellen bij schuilplaatsen. Vooral schuilen tegen de regen is dat dan. Voor het voedselbos is dat water gewoon welkom natuurlijk.


Dit berichtje gaat over schuilplaatsen voor de verschillende diersoorten die ons bos rijk is. Verschillende dieren voelen zich op verschillende plekken veilig. Een overzichtje mag niet ontbreken.


Zo zit deze kikker het liefst in het water. Soms moet je echt goed kijken voordat je ze ziet. Gelukkig maken ze zo nu en dan herrie.




Een ander verstopt zich liever in dicht struikgewas. Daar is het bramenstruweel aan de zuidkant van het bos uitermate geschikt voor. Als mens komen wij daar niet in. Maar als je daar stilletjes voorbij loopt, hoor en zie je altijd vogeltjes wegschieten. Aan de voorkant ziet het er zo uit.




Maar aan de achterkant zie je pas hoeveel ruimte het biedt. Op de foto misschien niet zo goed te zien. Je moet er maar eens gaan kijken.




Speciaal voor de kleinere zoogdiertjes en vogels hebben we houtwallen opgeworpen. Die vergen nog wel wat aanpassing en onderhoud. Want eigenlijk moeten de takken dichter op elkaar gestoken worden om ze echt nuttig te laten zijn. Misschien een mooi klusje voor als het straks kouder en kaler is.




En nee, dit hieronder is geen houtwal. Speciaal voor onze jongere bezoekers hebben we een hoekje ingericht waar zij hun eigen schuilplaats kunnen bouwen. Een soort mini-speelbos in het voedselbos dus. Het is gelegen in het openbare gedeelte, dus de kinderen kunnen er altijd terecht.




Sommige dieren hebben niet zoveel nodig. Een beetje losse aarde met wat wormen erin, is al gauw goed. Of een rietkraag langs het water. Het geeft beschutting en voedsel tegelijkertijd.




Hier en daar zie je duidelijke graafgangen onder het pad doorgaan. Mollen of woelmuizen?




In een holle boom is natuurlijk ook goed vertoeven voor sommige soorten. Klaarblijkelijk niet alleen voor diersoorten. Zo'n gaatje kan ook een prima plekje voor een plantje zijn.




Om onze roofdierpopulatie een beetje te helpen zich te vestigen, hebben we twee nestkasten voor roofvogels opgehangen. Als je een roofvogel kent die nog een huis zoekt, wijs hem hier op, zou ik zeggen.





En we hopen op een toename van het aantal vleermuizen. Op het perceel zijn in sommige hoge boomstammen ook vleermuiskasten opgehangen. We hebben vooralsnog geen bewoning geconstateerd, maar dat komt vanzelf, denken we.





Deze nestkasten hangen er nog niet zo lang. Maar van Eneco hebben we een tijd geleden al een bijenhotel gekregen. Dat staat bij de ingang aan de Zuidbuurtkant.




En last, but not least. We hebben een onderkomen neergezet voor onszelf. Als het straks kouder wordt, is het fijn om droog en warm te kunnen zitten. De karakteristieke koepelkas die je op verschillende foto's voorbij hebt zien komen, wordt komende winter verder ingericht.